De eerste week –
Maandag hadden we een kennismaking. Wim, Kees en ik, aan een tafel in een nieuw opgeleverde ruimte op de N-vleugel eerste verideping. De docentenkamer is speciaal voor KST gemaakt, door een bestaand kantoor te splitsen.
Kees kent de faculteit van binnen en van buiten. Hij is ontspannen op een manier die ervaring vereist. Hij stelde voor dat we rustig zouden beginnen. Nadenken over perspectieven. Nadenken over welke collega’s we in mei zouden willen aannemen — want mei is de deadline als we in september willen starten. Hij vertelde dat coaches overal nodig zijn, bij alle opleidingen, en dat het handig zou zijn als Wim en ik alvast een groepje zouden begeleiden. Leerzaam voor ons. Voor de studenten ook, voegde hij er vriendelijk aan toe.
Wim glimlachte. Hij gaat deze week beginnen met de boekenlijst. Hij wil praten met de andere opleidingen, kijken waar overlap zit. Ik wist niet zo goed waar ik moest beginnen. Ik heb gezegd dat ik afspraken ga maken met de curriculumcoördinatoren van Stadslandbouw en een andere opleiding. Horen hoe zij het hebben gedaan. Of er in Stadsopgaven een gedeeld onderwijsmodel is, een gedeelde visie. Kees knikte bemoedigend. Hij zei dat er heel veel goede documenten zijn. Heel goede documenten. Echt heel veel.
Ik moet die documenten zoeken, ergens op het intranet. Dat wordt mijn eerste echte werk hier.
Kees zei ook dat hij bij de afdeling Advisering zou informeren of er een adviseur beschikbaar is om ons bij te staan. Een goed idee, zei hij over zijn eigen voorstel. Daarna stond hij op.
Toen Kees weg was vroeg ik aan Wim of hij de toespraak van Verdoorn had gelezen. Die staat op het portaal, tussen de HUB-BEL van 8 januari — met de aankondiging van de borrel — en die van 16 januari, met de rectificatie over KTS en de link naar de foto’s die het niet doet.
Wim had hem gelezen. Hij vond hem prima. Positief. Goede toon. Geen bezwaren.
Ik vroeg wat volgens hem de eigenlijke boodschap was.
Hij dacht even na. Zei dat er een zin in zat over diploma’s. Over dalende instroom. Over speerpunten.
Ik zei: ja, precies.
Wim haalde zijn schouders op op een manier die ook een antwoord was.
Ik heb Kees er niet naar gevraagd.
’s Middags heb ik gezocht naar het e-mailadres van de curriculumcoördinatie van Stadsopgaven. Het intranet heeft een contactpagina, en een smoelenboek. De contactpagina heeft een formulier. Het formulier heeft een verzendknop. Of de verzendknop werkt weet ik niet. Er komt geen bevestigingsmail.
Ik heb het formulier twee keer ingevuld.
