De borrel
Gisteren, de eerste werkdag, stond er een envelop op mijn nieuwe bureau. Gedrukt, niet persoonlijk geadresseerd. Een uitnodiging voor de nieuwjaarsbijeenkomst van de faculteit Stadsopgaven, diezelfde middag om 16.00 uur. Op de voorkant een stockfoto van mensen die lachen rond een tafel. Niemand op die foto werkt hier.
Binnenin, met de hand geschreven op een Post-it: Welkom bij KST, tot vanmiddag, groet Kees.
Ik wist niet wie Kees was.
De bijeenkomst was in de grote aula. Er stonden statafels met naambordje, per opleiding. Het bordje van Klimaat & Stedelijke Transitie stond iets apart van de rest, dicht bij de bar. Aan mijn tafel stond één andere collega: Wim. Hij glimlachte vriendelijk naar niemand in het bijzonder. Zijn stropdas zat een beetje strak.
Op het podium stond een grote foto van het gebouw. Er dwarrelden, via de computer, witte vlokken over het scherm. Buiten was het zeven graden en regende het.
Evert — de directeur, dat begreep ik later — hield een toespraak. Hij sprak over verbinding, over talent, over de transformatie die voor ons lag. Of was het transitie? Hij noemde geen namen, geen opleidingen, geen concrete plannen. Hij sprak veertien minuten. Ik heb het bijgehouden.
Na afloop stapte hij van het podium en liep de zaal in. Hij verwelkomde mensen persoonlijk, dat vind hij belangrijk, hoorde ik later. Hij keek me indringend aan. Vijf seconden, misschien zes. Toen liep hij door naar de volgende collega.
Ik bleef net iets te lang bij de bar staan. Achter de bar stond een vriendelijke vrouw die zich voorstelde als Saida. Ze zei: “Eerste keer?” Ik zei ja. Ze zei: “Dat went.” Ze schonk mijn glas bij zonder dat ik erom had gevraagd.
Later zag ik Kees. Hij is de opleidingsmanager van Klimaat & Stedelijke Transitie. En ook van een andere opleiding van de faculteit, Stadslandbouw. Hij was precies zoals de Post-it: vriendelijk, een beetje vaag, ergens anders met zijn gedachten. Hij stelde me voor aan twee collega’s van andere opleidingen. Ik denk van Stadslandbouw, maar dat weet ik niet zeker. Ik ben hun namen vergeten.
Om 18.12 uur pakte ik mijn jas.
Wim stond nog aan onze tafel. Voorheen werkte hij bij een andere faculteit, waar hij Bestuurskunde gaf. Bij KST zou hij ook Bestuurskunde gaan geven. Mijn eerste echt collega.
“Gaan we?” vroeg hij. Ik knikte. We liepen samen naar buiten.
“Ga jij altijd zo vroeg weg?” vroeg ik.
“Nee,” zei hij. “Normaal ga ik eerder.”
Dit is geen officiële publicatie van Hogeschool Havenstad
1 januari 2024
Vandaag ben ik in dienst getreden bij de opleiding Klimaat & Stedelijke Transitie van Hogeschool Havenstad.
Dat wil zeggen: mijn contract is ingegaan. Er is geen gebouw open. Er zijn geen studenten. Er zijn, voor zover ik weet, geen andere docenten.
Er is een e-mail van HR met een bijlage van 34 pagina’s over mijn arbeidsvoorwaarden, een link naar een portaal dat nog niet werkt, en de mededeling dat mijn laptop klaarstaat op locatie en afgehaald kan worden op de eerste werkdag, 8 januari, tussen 9.00 en 16.00 uur, mits ik een geldig legitimatiebewijs meeneem.
De eerste werkdag is dus 8 januari.
Tot die tijd ben ik docent van een opleiding zonder studenten, in een gebouw dat dicht is, op een portaal dat niet werkt.
Het nieuwe jaar is begonnen.
Dit is geen officiële publicatie van Hogeschool Havenstad
